De niertransplantatie

Direct na de operatie van de donor vindt de transplantatie bij de ontvanger plaats. De nieuwe nier komt links of rechts aan de zijkant van de buik. Dit is niet de plaats waar de nieren normaal zitten. De belangrijkste reden hiervoor is dat de bloedvaten in het bekken geschikt zijn om de nieuwe nier op aan te sluiten. Ook is vanaf deze plek de afstand tot de urineblaas korter waardoor de urineleider makkelijk kan worden ingehecht.

Tijdens de operatie inspecteert het operatieteam eerst de donornier. Ze maken de nier klaar en plaatsen hem daarna in je lichaam. Daarbij worden de bloedvaten en urineleider van de nieuwe nier op jouw eigen bloedvaten en blaas aangesloten. Je krijgt een urinekatheter, wonddrain en eventueel een splint (een buisje dat geplaatst wordt in de urineleider van de donornier en via de buikwand naar buiten komt). Het litteken zal onder in de buik te zien zijn. Dit ziet eruit als een boog van ongeveer 15 tot 20 cm. Je oude nieren blijven zitten. De operatie duurt gemiddeld 2 uur.

Als de transplantatienier voldoende urine produceert, wordt een eventueel aanwezige CAPD-catheter nog tijdens de operatie verwijderd. Het kan gebeuren dat er niet direct urineproductie is na de niertransplantatie. De nier is een tijd buiten het lichaam geweest en heeft een herstelperiode nodig. Het is daarom mogelijk dat je na de operatie nog enige tijd nierfunctievervangende therapie nodig hebt in de vorm van dialyse.

Stel een vraag

Vraag aan een ervaringsdeskundige

Melding over je behandeling

Suggesties en feedback over deze website